"Je kunt niets idiot-proof maken
omdat idioten zo vindingrijk zijn..."

"Het belangrijkste in communicatie is
te horen wat niet wordt gezegd..."

Concurrentiebeding: de eerste uitspraak!

Geplaatst op: 2 december 2015, geschreven door: mr. G.J.A Van Dinter - Categoriën:

Concurrentiebeding: de eerste uitspraakHoofdregel per 1 januari 2015 luidt: het concurrentiebeding kan nog slechts worden overeengekomen bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is in principe niet geldig tenzij uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijke is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Bespreking van de eerste (gepubliceerde) uitspraak over een gemotiveerd concurrentiebeding na 1 januari 2015.

Na de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is het uitgangspunt dat een overeengekomen concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet rechtsgeldig is, omdat een werknemer dan ‘dubbel nadeel’ ondervindt. Immers, aan de ene kant werkt een concurrentiebeding belemmerend bij een overstap naar een andere baan, terwijl aan de andere kant bij aanvang vast staat dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel van korte duur is.

In de eerste (gepubliceerde) uitspraak over een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd – onder de WWZ – schorst de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam het concurrentiebeding. Zulks om de reden dat het concurrentiebeding de inhoudelijke beoordeling van de motiveringsplicht niet doorstaat. Hierbij staat de kantonrechter ook stil bij de “arbeidsmobiliteit” van de werknemer, dat zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding.

De kantonrechter formuleert een “drie stappen plan”.

  1. Rechtsgeldig concurrentiebeding
    Hierbij wordt getoetst of het overeengekomen concurrentiebeding rechtsgeldig is. Dat wil zeggen dat getoetst wordt aan het schriftelijkheidsvereiste, de meerderjarigheidseis én of het concurrentiebeding voldoet aan de minimale formele vereisten voor de motivering van het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang. Des neen, dan is het beding nietig.
  2. Motiveringsplicht
    Bij stap twee staat de vraag centraal of het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedijfs- of dienstbelangen. In voornoemde uitspraak concludeert de kantonrechter dat uit de motivering onvoldoende blijkt om welke concrete zwaarwegende bedrijfsbelangen werkgever voor ogen stond en waarom deze belangen behoeven in de vorm van een concurrentiebeding.
  3. Onbillijke benadeling
    Bij deze derde stap dient beoordeeld te worden of de werknemer door het concurrentiebeding “onbillijk” wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever. De kantonrechter benadrukt dat het hier een “terughoudende” toets betreft gelet op het “fundamentele grondrecht van de werknemer op vrije arbeidskeuze”.

Voor nuancering klik hier voor de volledige uitspraak.