"Je kunt niets idiot-proof maken
omdat idioten zo vindingrijk zijn..."

"Het belangrijkste in communicatie is
te horen wat niet wordt gezegd..."

Opschorting

Geplaatst op: 9 maart 2017, geschreven door: Mr. L.J.H. Stein - Categoriën:

Niet zelden beroept een debiteur zich in de praktijk op opschorting omdat hij van mening is dat zijn wederpartij niet, niet tijdig of niet volledig heeft gepresteerd. Met name het opschorten van een verplichting tot betaling komt in de praktijk veel voor. Al was het maar om druk op de crediteur uit te oefenen. Vaak realiseert de partij die zich op opschorting beroept niet dat daaraan ook risico’s zijn verbonden. In het arrest Ammerlaan/Enthoven ECLI:NL:HR:2007:BA9610 heeft de Hoge Raad, onder verwijzing naar artikel 6:83 aanhef en sub c BW als hoofdregel geformuleerd dat een achteraf geheel of gedeeltelijk ongegrond gebleken beroep op een opschortingsrecht meebrengt dat diegene die dit beroep doet, daarmede terstond als schuldenaar zonder ingebrekestelling in verzuim komt te verkeren. Anders gezegd, jegens de andere partij wanprestatie pleegt en in beginsel aansprakelijk is voor de door die andere partij geleden schade.

Op de hiervoor weergegeven hoofdregel heeft de Hoge Raad met haar arrest van 4 november 2016 ECLI:HR:NL:2016:2517 een uitzondering geformuleerd althans het arrest Ammerlaan/Enthoven genuanceerd. Wat was het geval?

X verkoopt aan Y aandelen in een onroerend goed vennootschap. Partijen gaan ervan uit dat geen overdrachtbelasting verschuldigd is. Als die verschuldigd zou zijn zou X die betalen. Afgesproken was dat de koopsom in termijnen zou worden betaald. De belastingdienst legt een aanslag op van EUR 2.700.000,- aan Y en Y schort de betaling van de tweede termijn van de koopsom op. Achteraf wordt de aanslag vernietigd. X vordert schadevergoeding van Y omdat hij zich ten onrechte op opschorting heeft beroepen. De Hoge Raad is in dit geval van mening dat op de regel dat bij een achteraf ten onrechte gebleken beroep op opschorting een uitzondering mogelijk is indien de schuldenaar zich op een opschortingsrecht heeft beroepen in verband met een door een derde ingeroepen vordering die achteraf ongegrond is gebleken.

Als u uw prestatie jegens de schuldeiser geheel dan wel gedeeltelijk wenst op te schorten zult u daarvoor goede gronden moeten hebben. Is dat niet het geval, dan schiet u toerekenbaar tekort jegens de schuldeiser, komt u onmiddellijk in verzuim te verkeren en bent u aansprakelijk voor de schade die de schuldeiser lijdt. Dat is geen prettig vooruitzicht en vergt feiten en omstandigheden die opschorting rechtvaardigen.

U kunt de uitspraak terugvinden door op onderstaande link te klikken:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2517

Meer weten?

Wij hebben jarenlange ervaring op het gebied van contractenrecht, (internationaal) privaatrecht en bouw- en vastgoedrecht. Wij adviseren en begeleiden u als ondernemer maar ook als particulier. Op een professionele en resultaat gerichte wijze gaan wij te werk. Samen met u kijken we naar de verschillende mogelijkheden. Voor meer vragen kunt u contact op nemen met mr. G.J.A. Van Dinter of mr. L.J.H. Stein.