"Je kunt niets idiot-proof maken
omdat idioten zo vindingrijk zijn..."

"Het belangrijkste in communicatie is
te horen wat niet wordt gezegd..."

Cameratoezicht op de werkvloer! Hoe zat het ook alweer?

Geplaatst op: 28 september 2016, geschreven door: mr. G.J.A Van Dinter - Categoriën:

Cameratoezicht op de werkvloer! Hoe zat het ook alweer?Een “goede” werkgever eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer van medewerkers. Ook op het werk dient de werkgever hiervoor de nodige ruimte te laten. Werknemers mogen er vanuit gaan dat zij in “privacy” verkeren en dat hun werkgever deze privacy niet zonder meer mag aantasten, tenminste niet zonder zwaarwegende argumenten. Om ieders geheugen weer een beetje op te frissen, verwijs ik naar een onlangs gewezen uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:5172

In deze kwestie verzoekt een bedrijf, dat zich bezighoudt met de productie hoogwaardige technologische producten, om instemming aan haar ondernemingsraad voor de toepassing van camerabeveiliging. De ondernemingsraad heeft de gevraagde instemming geweigerd – kort gezegd – nu met permanente cameratoezicht een “vergaande inbreuk wordt gemaakt op de privacy van de medewerkers en aan de eisen van artikel 8 aanhef en onderdeel f van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet wordt voldaan”.

De werkgever laat het hier niet bij zitten en verzoekt de Kantonrechter om vervangende toestemming als bedoeld in artikel 27 lid 4 WOR (Wet op de Ondernemingsraden) voor invoering van het besluit zoals neergelegd in het instemmingsverzoek voor het toepassen van camerabeveiliging. Werkgever stelt dat zij “een gerechtvaardigd belang heeft bij de bescherming van haar bedrijfseigendommen en dat camerabeveiliging de meest passende en geschikte vorm is om diefstal tijdens en buiten werktijd zo veel mogelijk te voorkomen. Alternatieve systemen zijn ingrijpender”.

De Kantonrechter oordeelt dat werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er in ieder geval enkele diefstalgevoelige componenten worden gebruikt bij de assemblage van haar producten. Tevens heeft werkgever aangevoerd dat zij haar personeel in beginsel vertrouwt, maar dat wel in aanmerking moet worden genomen dat er de laatste jaren veel meer tijdelijke en flexibele krachten en uitzendkrachten zijn gekomen; op dit moment is ongeveer een derde van het personeel niet vast in dienst, terwijl dit drie jaar geleden ongeveer 5% was. Ook facilitaire diensten zoals schoonmaak en bezoekers hebben toegang tot de productiehal waarin de componenten zich bevinden, aldus werkgever. De kantonrechter is van oordeel dat werkgever onder deze omstandigheden een gerechtvaardigd belang heeft bij de inzet van camerabeveiliging zoals voorgenomen, namelijk de bescherming van haar bedrijfseigendommen en de preventie van diefstal. Daarnaast is het ook een belang van werkgever dat werknemers niet achterdochtig jegens elkaar worden als er componenten zijn verdwenen zonder dat is vast te stellen wie deze heeft weggenomen.

Tevens is voldoende aannemelijk gemaakt door werkgever dat andere, voor de werknemers minder nadelige maatregelen, minder passend zijn. Het maken van de cameraopnames en het eventuele gebruik van de camerabeelden is strikt toegesneden op het doel, namelijk het beschermen van bedrijfseigendommen en de preventie van diefstal. En de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemers is aldus beperkt. Er wordt voldaan aan de eisen van artikel 8 aanhef en onderdeel f Wbp. De Kantonrechter concludeert aldus dat het voorgenomen besluit van werkgever om camerabeveiliging in te zetten wordt gevergd door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische en bedrijfssociale redenen, en dat er daarom grond is voor het verlenen van de verzochte vervangende toestemming.

Meer weten?

Uit onder andere de jurisprudentie blijkt dat werkgevers niet zonder meer gebruik mogen maken van cameratoezicht op de werkvloer. Werkgever zal (in beginsel) rekening dienen te houden met de “privacy” van haar werknemers. Echter, er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld indien er zijdens de werkgever sprake is van “zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische- en/of bedrijfssociale redenen”. Voor vragen en advies kunt u contact opnemen met mr. L.J.H. Stein, specialist op onder andere het gebied van het arbeidsrecht en tevens lid van de VAAN (Vereniging voor Arbeidsrecht Advocaten Nederland).